
We zijn een handelsvolk, dus scoren met onze site graag ook in het buitenland. In mijn praktijk zie ik inderdaad steeds meer, ook kleinere, bedrijven binnenkomen die verwoede pogingen doen de zichtbaarheid van hun site over de grens te vergroten. De juiste aanpak blijkt nog niet zo heel eenvoudig. Er komen veel zaken bij kijken, zoals TLD’s, IP nr’s, Google Webmaster Tools, duplicate content issues, proxys, etc, etc. Het is daarom van groot belang een aantal zaken heel precies te begrijpen om ze vervolgens op de juiste manier toe te kunnen passen. Er is daarbij niet één aanpak de beste. De juiste aanpak hangt af van de specifieke situatie, mogelijkheden en wensen van uw bedrijf.
In dit artikel heb ik eens precies uiteen gezet wat de huidige stand van zaken is voor wat betreft de mogelijkheden internationaal te scoren met een website. Ik zal eerst beginnen met het uiteenrafelen en verhelderen van een viertal basiselementen. Als we deze namelijk niet begrijpen, lopen we sowieso vast.
Dit artikel is overgenomen uit de Herziene Druk van het boek “SEO voor webprofessionals” door Alain Sadon, dat in februari/maart 2012 zal uitkomen.
Uw opmerkingen ter verbetering worden zeer gewaardeerd, en zullen waar nodig steeds in dit artikel worden verwerkt opdat het daadwerkelijk een “ultieme gids” zal blijven.
Begripsbepaling
1. Er is onderscheid tussen een taal en een land
Allereerst moeten we twee zaken goed onderscheiden: de taal en het land. Die twee zijn immers niet hetzelfde. Als we bijvoorbeeld Franstalige pagina’s aan de site hebben toegevoegd, voor wie hebben we die eigenlijk gemaakt? Voor de inwoners van Frankrijk of voor de veel grotere groep van Franstaligen (waaronder inwoners van België, Canada, Frans-Guyana, etc.)? Met andere woorden: richten we ons met onze internationaal georiënteerde pagina’s nu eigenlijk op een land of een taal? Dat is één.
2. Google kent vele landenvarianten
Ten tweede moeten we even stil staan bij de verschillende varianten van Google’s zoekmachine. In Nederland zoeken we voornamelijk via de google.nl-variant, in Duitsland via google.de, in de VS via google.com, etc. Deze varianten van Google zijn dus niet taal-, maar land-georiënteerd. Als we onze site onder de aandacht willen brengen bij de inwoners van Duitsland, zullen we moeten zien te scoren in google.de. We moeten daarbij weten dat iedere Google-variant een voorkeur heeft voor domeinextensies uit zijn eigen land: google.nl heeft een voorkeur voor sites met een .nl extensie, google.de voor .de-extensies, etc. Dat is twee.
3. Er zijn twee groepen van domeinextensies: ccTLD’s en gTLD’s
In het vervolg van dit verhaal gebruik ik veelvuldig de begrippen ccTLD en gTLD. U moet die daarom even kennen. ccTLD staat voor “country code Top Level Domain” en duidt de groep van landspecifieke domeinextensies aan. Een landspecifieke domeinextensie is een .nl, .de, .fr, etc.
Een gTLD, wat staat voor “generic Top Level Domain”, duidt daarentegen op een niet-landspecifieke domeinextensie, zoals een .eu, .com, .net, .org, .edu, etc. Bij gTLD’s is het dus niet onmiddellijk duidelijk welk land het betreft, bij ccTLD’s wel. Dat is drie.
4. In Google’s Webmaster Tools kan een “Geografische doelregio” worden gespecificeerd
Daar waar Google zelf niet precies kan achterhalen wat de regio, d.w.z. het land, is waar we gevonden wensen te worden, kunnen we Google helpen door een doelregio te specificeren in Google Webmaster Tools (WMT). Sommigen proberen Google op dit punt nog wel eens te helpen via het “content-language”-attribuut in de meta sectie van een pagina, maar die wordt niet door Google gebruikt. We zullen het dus moeten doen via WMT.
Voor ccTLD’s is het Google meteen duidelijk wat de Geografische doelregio is: de doelregio van een .fr is automatisch Frankrijk, van een .de Duitsland, etc. Daarom kan de doelregio alleen worden ingesteld bij sites met een gTLD: één per bij WMT aangemelde site. Door verschillende subdomeinen of subdirectories binnen één hoofddomein als afzonderlijke sites aan te melden, kunnen we echter ook subdomeinen respectievelijk subdirectories op een specifiek land richten. Zo kunnen we de.domein.com of fr.domein.com als losse sites aanmelden binnen WMT en daar vervolgens de geografische doelregio bij definiëren, in dit geval dus Duitsland respectievelijk Frankrijk. Hetzelfde geldt voor subdirectories (www.domein.com/de/ en www.domein.com/fr/).
Met kennis van deze vier zaken kunnen we nu precies gaan definiëren wat de beste manieren zijn om internationaal te gaan scoren. Maar eerst kijken we nog even naar de factoren die daar een rol bij spelen.
Factoren
Welke factoren zijn nu eigenlijk precies bepalend voor het internationaal scoren? Indien we met onze site in een bepaalde landenvariant van Google (bv. google.de) willen scoren, dan zijn de volgende factoren daarbij van belang:
1. Wat is de domeinextensie?
Idealiter is dit een ccTLD, maar een gTLD kan ook voordelen hebben.
2. Vanuit welke landen komen de verwijzingen?
Idealiter komen die uit het land waar we willen scoren. Verwijzingen uit andere landen kunnen wel degelijk ook een positief effect hebben.
3. In welke taal is de content geschreven?
Uiteraard is dit de taal van het land waar we willen scoren.
4. In welk land staat de server (m.a.w. wat is zijn IP-nr)?
Voor gTLD’s betreft het idealiter een IP-nr dat geassocieerd wordt met het land waar we willen scoren. Dit betreft een klein, maar soms toch interessant voordeel. Voor ccTLD’s maakt de locatie van de server niet uit.
5. Welke “Geografische doelregio” is er ingesteld in Google Webmaster Tools?
Als het een gTLD betreft moet deze zijn ingesteld om een specifiek land te “targeten”.
Er volgt nu een ranglijst van concrete oplossingen. Variabelen hierbij zijn de domeinextensie, het gebruik van subdomeinen en subdirectories en de Geografische doelregio. Hoewel het een ranglijst betreft, heeft iedere oplossing toch ook weer zijn eigen voor- en nadelen.
De allerbeste oplossing: afzonderlijke sites
|
Eigenschappen |
|
|
Domeinextensie |
ccTLD |
|
Gebruik subdomeinen |
Nee |
|
Gebruik subdirectories |
Nee |
|
Geografische doelregio (WMT) |
Automatisch op ccTLD |
Indien we zo goed mogelijk willen scoren in Frankrijk en Duitsland, hebben we idealiter twee verschillende sites. De site waarmee we in Frankrijk willen scoren heeft dan een .fr extensie, heeft veel goede verwijzingen vanuit (relevante) Franse sites en bevat Franstalige content. De “Geografische doelregio” van een .fr is –zoals hiervoor beschreven- automatisch Frankrijk. De locatie van de server is voor ccTLD’s irrelevant. Hetzelfde verhaal geldt voor de Duitse site.
Als we dit allemaal zo hebben geregeld, hebben we dus de ideale situatie gecreëerd om goed te scoren in Frankrijk en Duitsland. Hier komt nog bij dat mensen de neiging hebben ccTLD’s meer te vertrouwen dan gTLD’s, dus ook het klikpercentage (CTR) vanuit de zoekmachine naar de site zal optimaal zijn.
In de volgende figuur, waarbij we zo goed mogelijk willen scoren in zowel Frankrijk als Duitsland, is deze oplossing nog eens overzichtelijk in beeld gebracht.

Deze oplossing is dus ideaal, maar kent ook een aantal belangrijke bezwaren:
1. Onderhoud is tijd- en kostenintensief omdat we vele sites moeten beheren die allen gericht zijn op een afzonderlijk land.
2. Deze oplossing richt zich op landen, en niet op talen. We kunnen op deze manier dus niet via dat ene .de domein ook nog even de Duitstaligen in Oostenrijk bereiken.
3. Verwijzingen naar de ene site hebben geen SEO-voordeel voor de scoringsposities van de andere.
De één na beste oplossing: het gebruik van subdomeinen onder een gTLD
|
Eigenschappen |
|
|
Domeinextensie |
gTLD |
|
Gebruik subdomeinen |
Ja |
|
Gebruik subdirectories |
Nee |
|
Geografische doelregio (WMT) |
Ingesteld op betreffende landen |
Ook gTLD’s (zoals een .com of .eu) kunnen we heel specifiek richten op een bepaald land. Als hiervoor gezegd heeft Google een voorkeur voor ccTLD’s, dus op dat punt is de oplossing niet ideaal. Desalniettemin kunnen we er voor zorgen dat de overige factoren wél goed staan. Als we ons via een gTLD willen richten op verschillende landen, moeten we gebruik maken van subdomeinen of subdirectories. Omdat we subdomeinen veel gemakkelijker kunnen hosten in het land waar we willen scoren, is het gebruik van subdomeinen te prefereren boven het gebruik van subdirectories. Daar komt nog een ander klein voordeel bij, namelijk dat subdomeinen door Google worden beschouwd als afzonderlijke sites en we daarom in bepaalde gevallen zelfs met meerdere sites de top van de rankings kunnen bestormen.
Als we met ons .com-domein willen scoren in Frankrijk en Duitsland, dan moet de content onder fr.domein.com (uiteraard) Franstalig worden, moeten we zoveel mogelijk goede verwijzingen naar dat subdomein realiseren vanuit Franse websites, kunnen we het subdomein het beste in Frankrijk hosten en stellen we de Geografische doelregio (in Google Webmaster Tools) van het subdomein ook in op Frankrijk. Idem dito voor het Duitse subdomein, namelijk de.domein.com.
De grafische weergave van deze oplossing is lekker overzichtelijk, en wel als volgt:

Hoewel deze subdomein-oplossing suboptimaal blijft t.o.v. het gebruik van verschillende ccTLD’s, kent die toch ook een paar belangrijke voordelen:
1. Het onderhoud is eenvoudiger dan de situatie waarbij we vele, losse sites hebben.
2. Verwijzingen die gerealiseerd worden richting één subdomein, hebben ook voordeel voor de andere subdomeinen. Via het hoofddomein (domein.com) staan beide subdomeinen namelijk met elkaar in verbinding.
De twee na beste oplossing: het gebruik van subdirectories onder een gTLD
|
Eigenschappen |
|
|
Domeinextensie |
gTLD |
|
Gebruik subdomeinen |
Nee |
|
Gebruik subdirectories |
Ja |
|
Geografische doelregio (WMT) |
Ingesteld op betreffende landen |
Ook door subdirectories onder het gTLD-hoofddomein op te nemen kunnen we verschillende onderdelen van de site specifiek gaan richten op een bepaald land. Zo kunnen we een www.domein.com/fr/ respectievelijk een www.domein.com/de/ maken, en die individueel richten op Frankrijk respectievelijk Duitsland. Net als bij subdomeinen richten we ons vanuit één hoofddomein op meerdere landen. Onder www.domein.com/fr/ plaatsen we Franstalige teksten, zorgen we dat daar verwijzingen heen komen vanuit Franse websites en stellen de Geografische doelregio van de subdirectory in op Frankrijk. Dit alles doen we vervolgens ook voor de subdirectory www.domein.com/de/.
Op het punt van de locatie van de server hebben we met deze oplossing wel een probleem: in principe is het niet mogelijk om subdirectories individueel te koppelen aan servers in verschillende landen (hoewel het met veel omwegen wel geprogrammeerd schijnt te kunnen worden).
Schematisch weergegeven ziet deze oplossing er nu als volgt uit:

De hiervoor bij subdomeinen beschreven voordelen gelden ook voor subdirectories:
1. Het onderhoud is eenvoudiger dan de situatie waarbij we vele, losse sites hebben.
2. Verwijzingen die gerealiseerd worden richting één subdirectory, hebben ook voordeel voor de andere subdirectories (via het gemeenschappelijke hoofddomein).
De drie na beste oplossing: het gebruik van subdirectories of subdomeinen onder een gTLD, zonder de instelling van een doelregio
|
Eigenschappen |
|
|
Domeinextensie |
gTLD |
|
Gebruik subdomeinen |
Ja |
|
Gebruik subdirectories |
Ja |
|
Geografische doelregio (WMT) |
Niet ingesteld |
Indien we geen Geografische doelregio instellen in Webmaster Tools wordt het subdomein of de subdirectory automatisch geïnterpreteerd als een taal (i.p.v. een land). Dat betekent dat de Franstalige teksten onder fr.domein.com en www.domein.com/fr/ niet meer alleen getoond worden in Frankrijk, maar mogelijk ook in België, Canada, etc. In welke landen ze uiteindelijk precies worden getoond is afhankelijk van waar de inkomende verwijzingen vandaan komen.
Ook de locatie van de server kan daarbij een rol spelen. Omdat de site nu in meerdere landen getoond gaat worden, kunnen we de server maar het beste situeren in het belangrijkste land. In geval van subdomeinen (die zich ieder richten op meerdere landen) kunnen we de server het beste plaatsen in het belangrijkste land (van deze meerdere landen), in dit voorbeeld Frankrijk zelf. Omdat subdirectories niet individueel gekoppeld kunnen worden aan verschillende servers rest ons weinig anders aan mogelijkheden dan het plaatsen van de server in het allerbelangrijkste land voor onze business.
Beide varianten, zowel via subdirectories als subdomeinen zijn hierna grafisch weergegeven:

Het is duidelijk dat deze oplossing de minste scoringspotentie heeft, maar het grote voordeel is natuurlijk wel dat we met één subdomein of subdirectory in één klap verschillende landen kunnen bedienen. Dit is daardoor veruit de goedkoopste oplossing en wordt in de praktijk ook het meest toegepast. Het is echter belangrijk te weten dat er betere (maar ook duurdere) manieren bestaan.
Foutieve oplossingen
1. Het gebruik van dynamische URL’s om onderscheid te maken tussen landen of talen
Het wordt door Google afgeraden om landen/talen-secties binnen de site te gaan onderscheiden via een parameter in de URL. Bijvoorbeeld www.domein.com/index.php?lang=de en www.domein.com/index.php?lang=fr zijn dus niet goed.
3. Het gebruik van het ip-nr’s van de bezoeker om de taal te bepalen.
Dat dit een zeer slechte manier is kunnen we eenvoudig begrijpen als we ons realiseren dat Googlebot één van de bezoekers van de site is. Op basis van het IP nr van Googlebot zal er een bepaalde taal worden getoond (waarschijnlijk Engels), en zullen alle andere op de site aanwezige talen niet door Google worden ontdekt.
Slot opmerkingen
1. Indien u met uw site gevonden wilt worden binnen één land, op de meerdere talen die daar worden gesproken (bijvoorbeeld België waar Nederlands en Frans wordt gesproken), dan kunt u subdomeinen of subdirectories opnemen onder een ccTLD. We krijgen dan nl.domein.be (of www.domein.be/nl/) en fr.domein.be (of www.domein.be/fr/). De content wordt dan Nederlands respectievelijk Frans. Omdat het een ccTLD betreft is de locatie van de server niet van belang en is de Geografische doelregio automatisch België.
2. Als we ons met de site op meerdere landen richten, waarbij de inwoners dezelfde taal spreken (Duitsland, Oostenrijk), zullen we dezelfde (Duitstalige) content onder meerdere URL’s te zien krijgen (bijvoorbeeld onder de.domein.com én at.domein.com). Dit wordt echter niet beschouwd als “dubbele content”, omdat de doelgroep van de (identieke) content verschillend is (namelijk Duitsers respectievelijk Oostenrijkers). Hierdoor kunnen we met meerdere varianten van dezelfde content toch prima scoren.
Realiseer de vertalingen van de content in principe niet met behulp van geautomatiseerde vertaaltools. Iedere taal moet namelijk zo serieus mogelijk worden genomen. Geautomatiseerde vertalingen kunnen worden aangemerkt als spam. Indien dat niet mogelijk is kan in de meta-sectie van de pagina via de rel="canonical" worden aangegeven welke pagina de canonieke (hoofd) pagina is. Probleem is dat alleen de canonieke pagina dan in Google gevonden kan worden. Concreet betekent dit in ons voorbeeld dat als de.domein.com de canonieke pagina bevat, de at.domein.com niet meer gevonden kan worden, ook niet in Oostenrijk. In Oostenrijk wordt dan eventueel alleen de de.domein.com getoond. En dat is jammer.
Google is medio 2011 met een oplossing voor dit probleem gekomen via het rel="alternate" hreflang link element. Bij de canonieke pagina kunt u nu aangeven welke pagina er in plaats van de canonieke pagina precies getoond moet worden op het moment dat Google de canonieke pagina vanuit de zoekresultaten zou aanroepen. Bij de canonieke pagina, bijvoorbeeld de.domein.com/betreffendepagina.html, plaatsen we in de meta-sectie dan de volgende regels:
<link rel=”alternate” hreflang="de-DE" href="http://de.domein.com/betreffendepagina.html" />
<link rel=”alternate” hreflang="de-AT" href="http://at.domein.com/betreffendepagina.html" />
Het hreflang-attribuut bestaat uit taal-land. Op basis van de taalvoorkeur en het land van de zoeker kan Google dan zowel de Duitse als de Oostenrijkse variant tonen.
4. In dit artikel is uitgebreid gesproken over de plaatsing van de server in een bepaald land, of in zelfs meerdere landen. Nu mag niet onvermeld blijven dat er ook mogelijkheden zijn om via “Proxy Caching” de server ogenschijnlijk in een bepaald land te hebben staan, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval is. Deze oplossing lijkt niet tegen de richtlijnen van Google in te gaan: we helpen Google immers bij de bepaling op welk land de site of het subdomein zich richt. De volgende afbeelding illustreert deze oplossing en heb ik overgenomen uit dit artikel.

Samenvatting
|
|
Afzonderlijke sites |
Subdomeinen gericht op land |
Subdirectories gericht op land |
Ongerichte subdomeinen / subdirectories |
|
Eigenschappen |
||||
|
Domeinextensie |
ccTLD |
gTLD |
gTLD |
gTLD |
|
Gebruik subdomeinen |
Nee |
Ja |
Nee |
Ja/Nee |
|
Gebruik subdir’s |
Nee |
Nee |
Ja |
Nee/Ja |
|
Doelregio instelling |
Automatisch op ccTLD |
Per subdomein in te stellen in WMT |
Per subdir in te stellen in WMT |
Niet ingesteld |
|
Rankingfactoren |
||||
|
Domeinextensie optimaal |
Ja |
Nee |
Nee |
Nee |
|
Verwijzingen uit juiste land |
Ja |
Ja |
Ja |
Ja |
|
Content in juiste taal |
Ja |
Ja |
Ja |
Ja |
|
(Proxy)server in juiste land |
Ja (automatisch) |
Ja |
Nee (gecompliceerd) |
Nee (onmogelijk) |
|
Doelregio expliciet |
Ja |
Ja |
Ja |
Nee |
|
Overige van belang zijnde zaken |
||||
|
Onderhoud |
Zwaar |
Middel |
Middel |
Eenvoudig |
|
CTR vanuit Google |
Goed |
Matig |
Matig |
Matig |
|
“Meelift”-voordeel hoofddomein |
Nee |
Ja |
Ja |
Ja |
|
Meerdere scoringsposities mogelijk |
Nee |
Ja |
Nee |
Ja/Nee |
Wijzigingen in artikel
* 18 januari is op basis van de opmerking van MarketSharer informatie over het rel="alternate" hreflang link element toegevoegd.
loading...
15 reacties
David-Andrew
17/01/2012 om 5:20 pm (UTC 1)
Mooi artikel. Een aantal zaken die ik al eerder gelezen heb, en nieuwe kennis, nu mooi verzameld in een Nederlands artikel, dank daarvoor!
Zelf zou ik neigen naar subdirectories omdat dat volgens mij het mooiste evenwicht geeft tussen dagelijks ermee werken/praktisch en resultaat.
Nu maak jij onderscheid tussen subdirectories wel of niet aan een doelregio koppelen in Google Webmaster Tools. Maar is het bijkomend voordeel van bezoekers (en dus business) uit andere Franse landen, niet altijd groter dan een klein beetje betere positie in alleen Frankrijk?
Daarnaast een tip, je kunt subdirectories ook met land en taal maken (ISO country codes), ik weet alleen niet of dat beter is. Maar dan heb je dus
fr-FR voor Frans uit Frankrijk
fr-BE voor Frans uit Belgie
co-FR voor Frans uit Corsica
Die kan je dan weer per doelregio instellen.
René Liebrand
17/01/2012 om 5:22 pm (UTC 1)
Bedankt,
Zeer helder verhaal. Ook altijd op deze manier aan relaties uitgelegd.
Enige lastige is dat je vanuit b.v. Nederland lastig kunt checken hoe de organische zoek resultaten getoond worden in b.v. Duitsland.
René
MarketSharer
17/01/2012 om 6:15 pm (UTC 1)
Leuke samenvatting.
Wel jammer dat je de laatste ontwikkelingen niet meegenomen hebt.
http://googlewebmastercentral.blogspot.com/2011/12/new-markup-for-multilingual-content.html
Olivier
17/01/2012 om 7:57 pm (UTC 1)
Dank voor dit uitstekend overzicht!
Waarom precies is het gebruik van dynamische url’s af te raden, bvb voor een Belgische site die zich zowel op Franstaligen als op Nederlandstaligen richt?
Alain Sadon
17/01/2012 om 8:21 pm (UTC 1)
@MarketSharer
Je hebt gelijk: in mijn verhaal mis ik eigenlijk nog expliciet de situatie waarbij we op meerdere, landen targeten met dezelfde taal. Om het “de ultieme gids” te kunnen (blijven) noemen moet die optie er wel bij en zal het door jou genoemde artikel daarbij centraal kunnen staan. Dank!
Inmiddels is dit aspect in het artikel verwerkt.
Tim
21/01/2012 om 11:25 am (UTC 1)
Mooi Artikel Alain, dank hiervoor.
Wel mis ik net een antwoord waar ik al langere tijd naar zoek. Wellicht is dit uit het artikel te halen, maar ik zou het toch iets specifieker willen horen.
Stel dat je een informatie website wilt gaan opzetten die wereldwijd goed scoort op de Engelse taal oftewel de google.com engine.
Met deze website wil je dus in elk land zichtbaar zijn op bepaalde zoektermen wanneer men in google.com zoekt. Het doel is om een zo groot mogelijk publiek te trekken die als hoofdtaal Engels spreekt en de google.com machine gebruikt. Denk aan de USA, Engeland, Nieuw Zeeland, Australie.
Nu lijkt het mij logisch dat ik hier een .com domeinnaam voor gebruik, maar wat doe je met:
1. Google webmasters?
Stel je deze wel of niet in op een land? Stel je deze bijv. wel in op de USA omdat je hier dan sowieso het grootste bereik hebt onder Engelstalig publiek? Of stel je deze juist helemaal niet? Of moet je een keuze maken voor het grootste publiek (USA) omdat je anders kracht verliest naar je grootste doelgroep (USA) als je niets invult?
2. Wat doe je in dit geval met de server?
Moet deze dan ook geplaatst zijn in het land waar je de meeste bezoekers van verlangt? Of maakt het in dit geval niet uit?
Deze twee vragen zijn voor mij nog niet helemaal duidelijk
Alain Sadon
21/01/2012 om 1:22 pm (UTC 1)
@Tim
Je casus lijkt me overeen te komen met “de drie na beste oplossing”, waarbij je weliswaar niet met subdirs of subdomeinen werkt, maar je niet richt op een specifiek land.
Omdat het .com domein in verschillende landen gevonden moet kunnen worden moet je 1) de doelregio (WMT) leeglaten en 2) de server zou ik zetten in het belangrijkste land waar je je op richt.
Tim
22/01/2012 om 9:49 pm (UTC 1)
Je hebt helemaal gelijk!Zie hier een mooi artikel van Google zelf.
Tim
01/02/2012 om 12:19 am (UTC 1)
Wat ik me nog afvraag, maakt het ook nog uit in welk land de domeinnaam geregistreerd staat? Ik heb nu bijvoorbeeld mijn website draaien op een server in de USA, maar mijn domeinnaam is geregistreerd bij een Nederlands bedrijf. Ik wil dus in de USA goed gevonden worden. Heeft dit uiteindelijk nog invloed op de zoekresultaten?
Alain Sadon
01/02/2012 om 11:18 am (UTC 1)
@Tim Google zegt niet in de whois informatie te kijken, dus ik vermoed dat het niet uitmaakt.
Tim
02/02/2012 om 11:57 am (UTC 1)
Mooizo, duidelijk!
Ben
02/02/2012 om 4:32 pm (UTC 1)
Beste allen, beste Alain,
stel ik zet identieke tekst op een nederlandse website en een nederlandstalige belgische website van hetzelfde bedrijf, is dat dan duplicate content?
Het doel is om goed te scoren op google.be met de Belgische website en met de Nederlandse website op google.nl.
Voorbeeld:
http://www.domein.nl en be.domein.nl bevatten dezelfde tekst: telt dat als duplicate content voor Google?
thanks!
Groeten!
Alain Sadon
02/02/2012 om 4:40 pm (UTC 1)
De .nl extensie maakt dat je je op NL richt, waardoor je in jouw voorbeeld wel degelijk te maken hebt met duplicate content.
Wil je zowel in NL als BE met dezelfde content kans maken te scoren, dan moet je óf twee ccTLD’s gebruiken (.be en .nl) óf moet je een gTLD hebben die je richt op NL en BE (bv be.domein.com en nl.domein.com) . Dit wel in WMT aangeven (gegrafische doelregio) en bij voorkeur ook servers in de 2 landen.
WEBFocus
09/02/2012 om 4:40 pm (UTC 1)
Leuk om eens een dergelijk artikel in het Nederlands te lezen, dat ben ik niet gewend…
In het artikel spreek je over verwijzingen uit het ‘buitenland’ naar je website. Het blijft natuurlijk zo dat er voornamelijk vanuit Amerika veel meer en veel eenvoudiger backlinks te verkrijgen zijn.
Tot op welke hoogte is dit vruchtbaar en wanneer wordt het gevaarlijk?
Cheers,
Vince
Alain Sadon
09/02/2012 om 4:48 pm (UTC 1)
Daar heb je helemaal gelijk in: in de VS heb je veel meer mogelijkheden om backlinks te realiseren. De reden waarom ik schreef dat het beter is dat vanuit het land te realiseren waar je wilt scoren is dat 1) Google beter kan bepalen in welke variant van Google je getoond gaat worden (indien dat onduidelijk is, dus bij gTLD zonder doelregio-instelling) en 2) dergelijke verwijzingen relevanter, dus sterker, zijn. Dit neemt niet weg dat backlinks vanuit andere landen wel degelijk een positief effect hebben op de scoringsposities. Gevaarlijk wordt het als je agressief gaat linkbuilden, maar dat geldt voor zowel verwijzingen uit andere landen als uit eigen land.